AHN

Up

 

Op 14 september 2006 organiseert CAA Nederland (CAA=Computer Applications in Archaeology) in Leiden een studiemiddagdag over het gebruik van het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland).

De volgende sprekers hebben hun medewerking toegezegd: Stefan Flos, Arjen de Boer, Wilko van Zijverden, Chris Sueur en Willem Beex.

Tijd en plaats: 14 september 2006 van 13 tot 17 uur. Zaal 028 in het Lipsiusgebouw / WSD 1175, Cleveringaplaats 1, 2311 BD Leiden.

Iedereen is welkom!

Programma en samenvattingen

Stand van zaken m.b.t. het AHN
Stefan Flos, Secretaris Stuurgroep AHN

Een kort verhaal over de stand van zaken mbt het AHN, technische en gebruikstechnische ontwikkelingen en de specifieke rol van de archeologen daarbij.

Het maken van digitale hoogtemodellen
Willem Beex  

In deze bijdrage wil ik graag aangeven wat we wel en niet kunnen zien met een AHN. En ik ben in deze overigens absoluut geen tegenstander van het gebruik van een AHN. Maar omdat de meest bruikbare basis 5 bij 5 meter bedraagt, met correctie, en tegelijk een momentopname is van een bepaald jaar, dreigt het gevaar dat er teveel waarde wordt gehecht aan een AHN.

Om dit duidelijk te maken toon ik als eerste het veelvoud aan mogelijkheden voor de verwerking van hoogtematen met een vergelijkbaar raster, in gebieden waar zonder AHN met ruwe gegevens gewerkt werd. In dat geval werden de maten met een Total Station geregistreerd, en meestal met een vergelijkbaar raster als dat van een AHN.

In het tweede geval toon ik het verleden, zodat zichtbaar is wat we (mogelijk) kunnen missen.

Het doel van deze bijdrage is heel eenvoudig. Een AHN laat heel veel zien. Maar zegt dit voldoende of genoeg voor een nieuw beleid, een waardeoordeel, of voor een landschapsanalyse? Ik weet uit eigen ervaring dat we voor bepaalde taken en voor bepaalde reconstructies heel goed kunnen werken met deze unieke informatie, maar laten we ook de beperkingen voor specifiek archeologische toepassingen niet uit het oog verliezen.

(Tijdens deze bijdrage wordt vrijwel uitsluitend gebruik gemaakt van voorbeelden uit de archeologische praktijk. Alleen om enkele theoretische aspecten helder te kunnen visualiseren, is er sprake van een gesimuleerd model. Maar dit zal tijdens de voordracht nadrukkelijk als zodanig kenbaar gemaakt worden.)

Site-opsporing met patroonherkenning in het AHN
Arjan de Boer, hoofd afdeling prospectie en beleidsadvies ADC ArcheoProjecten

Sinds het vrijkomen van AHN gegevens bestaat er een groot gegevensbestand met waardevolle archeologische informatie. Tot op heden bestaan er echter geen standaard methoden voor het doorzoeken van de gegevens. Hierdoor zijn de resultaten van “AHN analyses” vaak afhankelijk van de ervaring en kunde van de onderzoeker.

De wetenschap van patroonherkenning houdt zich al tijden bezig met het opsporen van van te voren gedefinieerde patronen in grote gegevens bestanden. Technieken worden al geruime tijd toegepast, ondermeer bij vingerafdruk herkenning, iris herkenning (nieuwe paspoorten!) en satelliet beeld interpretatie. Vanwege het succes van patroonherkenning is laatstgenoemde werkvelden is het verleidelijk om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn van patroonherkennning met betrekking tot de analyse van AHN gegevens op het voorkomen van archeologische informatie.

In het kader van een studie van de RACM (voorheen ROB) is daarom een verkennende studie uitgevoerd waarin een korte analyse is gemaakt van de bestaande methodieken en de mogelijke toepassing hiervan – mede met ondersteuning van TNO. Van alle mogelijke technieken is, in de verkennende studie gekozen voor het testen van een template  techniek voor het opsporen van grafheuvels in AHN gegevens van een bosgebied van de Veluwe. Bij deze techniek wordt een model geconstrueerd die het te zoeken object voorsteld (de template en wordt in de gegevens gezocht naar de gelijkenis met de template door vlakdekkende de correlatie uit te rekenen. Deze techniek was relatief eenvoudig te implementeren en het op te sporen object is eenvoudig te modeleren. Daarnaast bestaat er een referentie database (ARCHIS) van bekende grafheuvels zodat de resultaten konden worden beoordeeld.

Van een onderzoeksgebied van ca. 10 bij 5 km is op basis van de gefilterde basisbestanden en kriging interpolatie een DTM gemaakt. Hiervan is de correlatie met een grafheuvel template berekend. In het resulterende beeld is op veel locaties de correlatie hoog; dit zijn zgn. potentiële grafheuvel locaties. Uit een vergelijking met waarnemingen uit de ARCHIS database blijkt dat nabij vrijwel alle bekende grafheuvels, ook een piek in de correlatie aanwezig is; het is dus goed mogelijk om bekende grafheuvels “op te sporen”. Dit betekent dat de template blijkbaar goed is gekozen en voldoende overeenkomsten toont met een grafheuvel, en dat de techniek goed is geïmplementeerd.

Behalve de pieken bij bekende grafheuvels, zijn er echter nog veel meer potentiële grafheuvel locaties. Of dit daadwerkelijk grafheuvels zijn, moet door veldonderzoek worden gecontroleerd.

AHN het archeologisch wondermiddel?
Wilko van Zijverden

Het Actueel Hoogtebestand van Nederland is inmiddels niet meer weg te denken uit de archeologische wereld. Met name in het kader van grotere bureaustudies wordt het AHN inmiddels bijna standaard betrokken. Voorbeelden van dergelijke bureaustudies zijn de Hanzelijn, Oostelijk Westfriesland en Agriport A7. Daarnaast wordt in IVO’s steeds vaker gebruik gemaakt van het AHN. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt in de grotere projecten zoals de Maaswerken maar ook bij kleinere boorprojecten en proefsleuven worden AHN-analyses gebruikt. Verschillende provincies hebben AHN-data laten bewerken tot beelden die beschikbaar worden gesteld voor archeologisch onderzoek, bijvoorbeeld de provincies Gelderland en Flevoland. Ook gemeenten laten AHN-beelden vervaardigen voor archeologisch onderzoek zoals onder andere Ede en IJsselstein. 

Inmiddels is duidelijk gebleken dat er niet zoiets bestaat als “het” AHN-beeld. Elke vraagstelling kent immers zijn eigen benadering en de “trukendoos” is nog volop in ontwikkeling.

Aan de hand van enkele onderzoeken in de gemeenten Gouda, Sneek en Noorder Koggenland zal worden geprobeerd knelpunten aan te geven in het gebruik van het AHN binnen het huidige archeologische bestel.

Het AHN, een blik vooruit
Chris Sueur, Vestigia BV, Archeologie en cultuurhistorie


In deze lezing zal de discussie worden aangezwengeld over de vraag waar wij als AHN gebruikers over 5 jaar willen staan. Vanuit verschillende invalshoeken zal dit benaderd worden: intern/extern beleid, financiën, coordinatie van onderzoek, interne/externe samenwerking, onderwijs, kennisdistributie, opnamekwaliteit, opname-actualiteit, beeldbewerking, beeldanalyse, archeologisch-inhoudelijke interpretatie, verbreding/verdieping archeologische toepassingen en duurzame archivering. Is een prioritering in de te behalen doelen aan te geven? Kunnen concrete acties worden benoemd, welke vanuit de archeologie de komende 5 jaren met voorrang uitgezet dienen te worden?